Inde koockeucken. Kamer D

Functie van de ruimte: Deze kookkeuken, ook wel 'stove' genaamd is deel van het 'onderhuis' dat verder bestaat uit de ruimten kelder (E) en waskeuken (K). Daglicht trad toe via een binnen-venster in het voorhuis.

In de kookkeuken werd niet elke dag een verse maaltijd gekookt; koken gebeurde in de binnenkeuken. De kleine kookkeuken was bedoeld om een portie op te warmen van de maaltijd die een van de vorige dagen werd gekookt. Het plafond was vrij laag door de recht er boven liggende binnenkeuken. Het voedsel werd normaal opgegeten in de er boven gelegen binnenkeuken.

 

 

 

 

 

 

Inventaris: "Een paer gestreepte gardijnen met een vollitgen [valletje]; een eetenskasie; een hout rackie [rekje]; drye blaeuwe sitkussens met franie [franje]; vier tinne eetkommitgens; twee tinne schotelen; twee tinne bierkannen; [bierkannen]; een yseren beugel; een tang; een asschop; een blikken blaker; een en twintig schilpschalen [schalen in de vorm van schelpen].

Een bedde met een hooftpeuluwe; twee oorkussens; twee deeckens als een groen met een wit; een bedde kleet; een tapijte kleet; een root geveruwt [rood geverfd] tafeltgen; een kapstock; een kinderstoel; een gestreept schoorsteenkleetje; ses oude stoelen; een oude biercan [kan]."

Boven: 17de eeuwse gravure van Geertruijd Roghman, met een afbeelding van een vrouw in een binnenkeuken of een kookkeuken. Roghman was een kunstenares die een serie prenten maakte over het werk in een huishouden.

Gele illustratie: Cornelis Saftleven, Vrouw bij een keukenvuur, Coll. C. Hofstede de Groot, nu in Groninger museum, Groningen.

Zie de originele documenten van het Gemeentearchief Delft. Goederen in bezit van Catharina Bolnes, pagina 1, pagina 2, pagina 3, pagina 4, pagina 5, pagina 6, pagina 7. Goederen in gezamenlijk bezit van Catharina Bolnes en Maria Thins, pagina 1, pagina 2, pagina 3, pagina 4, pagina 5, pagina 6.

 

De alomtegenwoordige hoofdmaaltijd voor het middagmaal én het avondmaal was stamppot, gekookt boven het open vuur in de grote ijzeren pot. De ingrediënten waren witte wortels en ander knolgewassen met - als er geld was - 's winters gezouten en 's zomers gerookt vlees. Pekelharing was ook volksvoedsel. Ongetwijfeld werd in dit Rooms- Katholieke gezin elke vrijdag zee- of riviervis gegeten. Knolgewassen waaronder wortels waren gebruikelijk voedsel, maar aardappels waren nog niet bekend.

Er werd in de laatste jaren van Vermeer zeer veel brood gegeten. Een schuld aan de bakker van 617 gulden en 6 stuivers werd op 27 januari 1676 door weduwe Catherina Bolnes betaald met twee schilderijen: 1) Briefschrijvend persoon met een tweede persoon. 2) een persoon die een cyther (cittern) speelt.

 

Zie de waterpomp die ongetwijfeld in de keuken aanwezig was.

 

Noot : Deze voorwerpen zijn als onderdeel van de Vermeer-inventaris op 29 februari 1676 in Delft opgeschreven door de assistent van notaris J. van Veen , in het huis aan de Oude Langendijk, hoek Molenpoort van de kort daarvoor overleden schilder Johannes Vermeer. Op dat moment woonde zijn vrouw Catherina daar nog met 11 kinderen en haar moeder, Maria Thins.

De transcriptie van dit voorwerp is gebaseerd op de publicatie van het volledige document door A.J.J.M. van Peer, "Drie collecties..." in Oud Holland 1957, p. 98-103. Termen zijn opgezocht in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), begonnen in 1882 door De Vries en Te Winkel. Textieltermen zijn in 2001 welwillend toegelicht door kunsthistorica Marieke te Winkel. Brood: Montias 1989, p. 338 doc. 361.

Lit.: M. Corbeau, 'Pronk en koken. Beeld en realiteit van keukens in het vroegmoderne Hollandse binnenhuis' in: R. Rooyakkers (ed.) Mensen en dingen. Betekenissen van materiële cultuur, Volkskundig Bulletin 19.3 (Dec. 1993) p. 354-379.

Research copyright door Kaldenbach. Email kalden@xs4all.nl Terug naar Welkom pagina: klik Welkom. Dank aan de web-wizard ir. Allan Kuiper voor zijn prachtige navigator.

Gelanceerd december 2002.