Lepels

'Een tinne pollepel met een houte steel' lag Int Camertie aende voorsz. [hiervoor genoemde grote] zaal. Kamer G. Tien tinne lepels lagen Op de plaets. Ruimte O. Drie ysere slicklepels lagen Opt hangkamertgen [mezzanine]. Kamer H.

Hier afgebeeld: Lepelrek Rijksmuseum, inventarisnummer NM 1010-293 F4646-10.

Tinnen pollepel, Rijksmuseum, inventarisnummer Am 57 18x24 8640.

 

Lepels werden door het hele gezin gebruikt om uit de centrale pot te eten (men at gewoonlijk dus niet van borden). Wel waren er genoeg 'schilpschalen' (borden in de vorm van schelpen) voor het hele gezin Vermeer. Vorken werden in die tijd nog niet gebruikt, maar messen wel.

 

Noot : Dit voorwerp is als onderdeel van de Vermeer-inventaris op 29 februari 1676 in Delft opgeschreven door notaris J. van Veen, in het huis aan de Oude Langendijk, hoek Molenpoort van de kort daarvoor overleden schilder Johannes Vermeer. De transcriptie van dit voorwerp is gebaseerd op de publicatie van het volledige document door A.J.J.M. van Peer, "Drie collecties..." in Oud Holland 1957, p. 98-103. Mijn toevoegingen en uitleg staan tussen [__]. Termen zijn opgezocht in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), begonnen in 1882 door De Vries en Te Winkel. Textieltermen zijn in 2001 welwillend toegelicht door kunsthistorica Marieke te Winkel.

Afbeelding(en) uit Jet Pijzel-Dommisse,Het Hollandse pronkpoppenhuis, Interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw, Waanders, Zwolle; Rijksmuseum, Amsterdam, 2000, afb. 429.

Lit.: L.F.H.H. Beekhuizen, De schoonheid van het oude tin. Een overzicht van vijf eeuwen tin, Pilkington & Larousse, 's-Hertogenbosch 1998.

Research copyright door Kaldenbach. Email kalden@xs4all.nl Terug naar Welkom pagina: klik Welkom. Dank aan de web-wizard ir. Allan Kuiper voor zijn prachtige navigator.

Gelanceerd december 2002.